Leerplicht Tot 81 Jaar!

Bron: fonsleroy.blogspot.com

Recent werd in het Vlaams Parlement gedebatteerd over de moeizame aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het moet inderdaad gezegd worden dat we er niet in slagen – ondanks ons kwalitatief hoogstaand onderwijs – enkele hardnekkige knelpunten weg te werken die zich afspelen op dit snijvlak. Zo neemt het aantal jongeren dat het onderwijs gedemotiveerd verlaat zonder enig diploma of getuigschrift eerder toe dan af, is er nog lang geen sprake van een voltijds engagement voor leerlingen in het deeltijds onderwijs, blijft het watervalsysteem een springlevende dinosaurus en stijgt het aantal jongeren met leerachterstand. Deze vaststellingen doen sommige partijen pleiten voor een verlaging van de leerplichtleeftijd tot 16 jaar.

Dit voorstel is evenwel niet de goede manier om de pijnpunten aan te pakken en geeft bovendien een volledig verkeerd maatschappelijk signaal. Vooreerst stellen we vast dat er op de arbeidsmarkt een aantal onderwijswetmatigheden heersen: een diploma werkt beter dan geen diploma; hoe hoger het diploma, hoe beter de arbeidskansen. Voor de arbeidsmarkt is een goede scholing dus van primordiaal belang. Het is zelfs zo dat de arbeidsmarkt echt vragende partij is voor meer korte en kwalificerende beroepsgerichte vormingen na het secundair onderwijs. Het Secundairna-Secundair (SenSe) en het Hoger Beroepsonderwijs bieden de mogelijkheid van bijkomend onderwijs op maat van de arbeidsmarkt. Deze ontwikkelingen gaan duidelijk tegen een verlaging van de leerplichtleeftijd in.

Verder bevestigt een verlaging ook het oude loopbaanschema “school-werk-pensioen”, terwijl de arbeidsmarkt van de toekomst een nieuw loopbaanschema hanteert “school-werk-school-werkschool- werk-pensioen”. Dit schema benadrukt de voortdurende interactie tussen leren en werken. Het is dus nooit gedaan met leren! Levenslang en levensbreed leren is noodzakelijk om onze competenties te verhogen in het belang van onszelf, de samenleving en de arbeidsmarkt. Hierbij hebben we zelf als burger een verantwoordelijkheid, maar ook de overheid en de sociale partners moeten ons faciliteren in de mogelijkheden van voortdurende competentie-ontwikkeling. De leerplicht stopt dan ook niet op 18 jaar maar loopt door gedurende de hele loopbaan.

De boutade “dat het onderwijs te belangrijk is om enkel maar aan de onderwijsactoren over te laten” kadert volledig in een opvatting waar “leren en werken” een Siamese tweeling vormen. Hierin ligt juist ook de opportuniteit om de knelpunten van het onderwijs krachtiger aan te pakken zonder een leerplichtverlaging door te voeren. Door hechte, lokale allianties van talentontwikkeling tussen scholen, bedrijven, sectoren en intermediairen zoals de VDAB kunnen nieuwe, moderne en aantrekkelijke leercontexten gecreëerd worden, met name voor leerlingen die anders zouden afhaken. Denken we maar aan bestaande succesformules zoals het Maritiem Competentiecentrum te Zeebrugge en het CNC-Competentiecentrum Vlaams Brabant waar de VDAB, scholen én bedrijven gebruik maken van dezelfde opleidingsinfrastructuur, waar leerlingen en werknemers terzelfder tijd vorming krijgen en jongeren aldus geïnspireerd worden door de “professionals”.

Laat ons deze mogelijkheden creatief en actief benutten zodat jongeren graag (blijven) leren, omdat ze tijdens hun onderwijsloopbaan regelmatig met de bedrijfsvloer in aanraking komen. Dat soort leergierigheid zal hen hun loopbaan lang ten goede komen. Zo wordt levenslang leren ook “lang leuker leren”.